"Het is zo onrechtvaardig"

Ouders van Petra na incestbeschuldiging als misdadigers afgevoerd

Jan van Klinken, Reformatorisch Dagblad 17 maart 2001

Negentien dagen zaten ze in een kale cel. Onschuldig en zich van geen kwaad bewust. De ouders van Petra werden door hun dochter beschuldigd van incest nadat zij was behandeld door een dubieuze therapeut. De twee hebben nu de rollen omgedraaid en de behandelaar voor de rechter gesleept. Ze zijn niet de enigen.

Het ging niet goed met Petra. Ze kon zich slecht concentreren, had paniekaanvallen en haar huwelijk dreigde op de klippen te lopen. Haar beleving van de werkelijkheid en van haar eigen persoon spoorden niet meer. Haar baas maakte zich zorgen en adviseerde haar een maatschappelijk werker te consulteren. Die constateerde ernstige psychische problemen. Een langdurige behandeling was volgens hem noodzakelijk Hij vermoedde dat er sprake was van een trauma in de vroege jeugd. Na een jaar begon hij hypnose toe te passen en stelde hij voortdurend het onderwerp "incest" aan de orde.

Maar daar bleef het niet bij. De therapeut nodigde Petra haar dromen te vertellen, die hij dan vervolgens van uitleg voorzag. Ook liet hij haar populaire boeken over incest lezen en praatte hij twijfels bij haar weg.

En zo kwamen de verhalen los. Petra zei dat ze als kind veelvuldig was misbruikt. Ook had ze illegale abortussen ondergaan, had ze zelf de vrucht moeten opeten en waren er andere vormen van extreem geweld geweest. Het was allemaal te gruwelijk voor woorden.

Sceptisch

Het duurt niet lang of Petra doet aangifte. De politie reageert nogal sceptisch en ook de officier van justitie heeft grote moeite met haar verhaal. Het komt hem nogal onwaarschijnlijk voor. Toch gaat hij uiteindelijk overstag en laat hij een onderzoek instellen.

Voor de ouders van Petra heeft dat ingrijpende gevolgen. Hij wordt uit zijn werk opgewacht door een kordon van agenten en gevankelijk weggevoerd. Zij rijdt de straat in en ziet dat de politie de buurt heeft afgezet. Als een misdadiger verdwijnt ze achter de tralies.

Negentien dagen lang verblijven ze gescheiden van elkaar in een kale cel. De verhoren zijn zwaar maar leveren niets op. De rechercheurs laten hun afkeer van de twee duidelijk blijken. Als ze uiteindelijk vrij worden gelaten, krijgen ze niet eens geld om de trein naar huis te nemen. Ze moeten maar zien hoe ze weer in hun woonplaats komen. Eenmaal teruggekeerd worden ze door de dorpsgemeenschap als paria's bejegend.

Fantaste

Behalve dat Petra aangifte doet, spant ze ook een kort geding aan. Daarin eist ze een voorschot op een schadevergoeding van haar ouders. Een psychiater gaat af op de bevindingen van de therapeut en legt een voor haar gunstige verklaring af. De rechter wijst haar eis toe.

Tot een strafzaak komt het echter niet. Petra wordt tot drie keer toe gynaecologisch onderzocht, maar er is geen spoor van een abortusingreep te vinden. Ook is het twijfelachtig dat ze ooit zwanger is geweest. Het bezwaar van de ouders tegen het besluit van justitie om vervolging in te stellen, wordt in hoger beroep toegewezen. Voor de rechter is de zaak wel duidelijk: het verhaal berust op fantasie.

De advocaat die de ouders hebben moeten inschakelen om een strafzaak te voorkomen, adviseert een schadeclaim bij de therapeut in te dienen. Hoewel de ouders zwaar getraumatiseerd zijn door de hele gang van zaken, willen ze al het aangedane onrecht niet zo maar laten passeren. Ze gaan op het voorstel in en dagen de behandelaar voor de rechter.

Ds. Broere

Het is voorzover bekend de eerste procedure tegen een therapeut die brokken heeft gemaakt doordat hij gelooft in hervonden herinneringen. Sinds dit proces is aangespannen, hebben andere ouders die ten onrechte werden aangeklaagd, het voorbeeld van Petra' s ouders gevolgd. De eerste uitspraken worden binnen niet al te lange tijd verwacht.

Een zaak die in reformatorische kring speelt, is die van de hervormde emeritus predikant ds. G. Broere. Zijn dochter klaagde hem aan in een tv-programma, maar haar verhaal bleek onwaarheden te bevatten. De predikant heeft kortgeleden via voorlopige getuigenverhoren een aantal direct betrokkenen aan de tand laten voelen. De omroep die het programma uitzond, de NCRV, staat nu een schadeclaim te wachten. Mogelijk geldt dat ook voor de therapeut van de domineesdochter.

"Denk niet dat het eenvoudig is", waarschuwt mr. E. Santen. Hij is advocaat in een drietal zaken waarin sprake is van onterechte beschuldigingen van incest. "Zo'n therapeut zal de neiging hebben om te ontkennen dat hij de leugens heeft bewerkstelligd. Hij kan bijvoorbeeld naar voren brengen dat hij alle mogelijkheden diende na te gaan en dat toen de cliënt met het incestverhaal kwam. Zo'n man of vrouw ziet de bui hangen en dekt zich in."

Hij vervolgt: "Het kan natuurlijk ook nog een keer waar zijn dat niet de therapeut zelf het verhaal verzint. Dan wil iemand bijvoorbeeld wraak nemen op zijn ouders voor een strenge opvoeding. Toch staat het voor mij vast dat er ook therapeuten zijn die ermee komen. Het is een gemakkelijke manier van scoren. De therapeut heeft het lek boven water en oogst de dank van de cliënt, want die is blij dat er een verklaring is voor zijn of haar problemen."

Kafka

Een van Santens cliënten is Jeanne de Vries. Van de ene op de andere dag kreeg ze te horen dat haar zoon naamsverandering had aangevraagd vanwege langdurig seksueel misbruik door zijn ouders. Hij wilde niet langer de naam van zijn vader dragen. Dankzij een verklaring van een psycholoog willigde justitie zijn verzoek in. Naderhand kwam aan het licht dat de beschuldigingen waren gebaseerd op hervonden herinneringen en dat de psycholoog niet bestond.

Jeanne de Vries heeft inmiddels meer dan twintig getuigen laten horen in een poging de leugens en leugenaars in deze zaak te ontmaskeren. "Ik ga door tot het bittere eind. Maar daar moet je wel doorzettingsvermogen voor hebben. Het is gekmakend. De ene getuige weet niets meer, een ander ontkent, een derde liegt en een vierde pleegt meineed. Het is Kafka. In het begin was ik vreselijk verdrietig, maar nu word ik steeds kwader. Het is allemaal zo onrechtvaardig."

Zij heeft in eerste instantie een proces tegen haar zoon aangespannen. Dat maakt de Amsterdamse advocaat mr. Santen vaker mee. "Het gaat de ouders niet om ge1d. Wat ze zoeken, is erkenning van leed dat hen ten onrechte is aangedaan. Ze kunnen ervoor kiezen dat leed te verdringen. Ze kunnen ook zeggen: Ik wil niet dat de beschuldiging de rest van mijn leven boven mijn hoofd blijft hangen. Soms speelt mee dat ouders een proces zien als een uiterste middel om hun dochter of zoon tot inkeer te brengen."

Golf

De civiele processen zijn de nasleep van een golf aan incestzaken die zich begin jaren negentig aandiende. Behalve dat in veel gevallen sprake was van daadwerkelijk seksueel misbruik, ging het in een deel van de zaken om zogeheten hervonden herinneringen.

Volgens sommige therapeuten komt het voor dat incestslachtoffers de herinneringen aan het misbruik hebben weggestopt in een moeilijk toegankelijk gebied van hun geheugen. Door therapie zouden deze herinneringen aan de oppervlakte kunnen worden gebracht. Justitie nam de therapeuten die hierin geloofden, aanvankelijk serieus. Tientallen strafzaken en zelfs veroordelingen waren het gevolg.

Het fenomeen was overgewaaid vanuit Amerika. Daar maakte het een enorme opgang. Het aantal rechtszaken liep in de duizenden. Maar halverwege de jaren negentig kwam een krachtige tegenbeweging op gang. Critici wezen in vakbladen op de onbetrouwbaarheid van hervonden herinneringen. Therapeuten werden voor de rechter gesleept en tot hoge schadevergoedingen veroordeeld.

Voorzichtiger

Veel aandacht in Amerika kreeg de zaak tegen een van de grondleggers van de theorie van de hervonden herinneringen, dr. Bennet Braun. De man zag zich niet alleen genoodzaakt enkele miljoenen guldens schadevergoeding te betalen, maar hij mocht ook een tijdlang zijn beroep als therapeut niet meer uitoefenen.
In Nederland kwamen de therapeuten die zich met hervonden herinneringen bezighielden eveneens zwaar onder vuur te liggen met de zojuist genoemde rechtszaken als gevolg. Slachtoffers verenigden zich in de Werkgroep Fictieve Herinneringen, die inmiddels meer dan honderd leden telt.

Justitie werd onder invloed van de critici een stuk voorzichtiger. Aangiften waarin sprake is van hervonden herinneringen, gaan tegenwoordig eerst naar een expertisegroep. Die heeft voorzover bekend nog niet in één zaak geadviseerd om te vervolgen. Dat zegt voldoende.

(Jeanne de Vries en Petra heten in werkelijkheid anders.)