Psychiater drijft duivel uit

Stéphane Alonso Casale, Volkskrant 13 juni 1998

Wie vroeger met vreemde stemmen sprak of ineens 'hysterisch' werd, kwam in aanmerking voor een al dan niet vrijwillige behandeling door een exorcist. Deze stelde een diagnose, meestal 'bezetenheid' of 'hekserij', en ondervroeg de patiënt volgens een vaststaande procedure.

Op deze manier werd vestgesteld welke en hoeveel duivels in de 'bezetene' huisden. Voor de exorcist was het tijdens dit ritueel oppassen geblazen. Hij moest niet alleen de verleidingen van de duivel weerstaan, maar ook agressieve duivels voorzichtig paaien of omzeilen.

De hedendaagse behandeling van meervoudige persoonlijkheidsstoornissen (MPS) vertoont duidelijke parallellen met de exorcistische rituelen van weleer. De moderne psychiatrie heeft zijn 'folkloristische voorganger' slechts gedeeltelijk van zich afgeschud. Dit stelt de Belgische theoloog, seksuoloog en relatietherapeut dr. Stefaan Baeten in zijn proefschrift waarop hij maandag promoveerde aan de faculteit Godgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.

MPS - psychiaters spreken liever van 'dissociatieve identiteitsstoornis' - wordt veroorzaakt door traumatische ervaringen. Door te dissociëren kan een vreselijke situatie draaglijk worden gemaakt; men is 'er niet meer bij' op het tijdstip van het trauma en een andere 'afgesplitste' persoonlijkheid neemt de last met zich mee. Het verborgen trauma kan onder meer met hypnose naar boven worden gebracht en dit leidt uiteindelijk tot genezing.

De behandeling van MPS begint, net als bij het exorcistische ritueel, met het benoemen van de afgesplitste persoonlijkheden. Het trauma en het tijdstip van het trauma (het moment waarop de bezetenheid intrad) worden vastgesteld. De moderne psychiater probeert net als zijn folkloristische voorganger de agressieve alter-ego's te beteugelen of te omzeilen.

Baeten heeft een verklaring voor de gelijkenis. Wetenschappers zochten aan het einde van de negentiende eeuw naar verklaringen voor religieuze fenomenen als bezetenheid, extase en stigmata (het bloeden van handen en voeten). 'De hand van God' of 'het kwade genius van de duivel' vormden geen bevredigende antwoorden voor de verlichte mens. Daarom werden die gezocht in de psychoanalyse. Bezetenheid werd vervangen door meervoudige persoonlijkheidsstoornis. De fascinatie voor religie heeft het denken van psychiaters sterk bepaald, meent Baeten.

Hij haast zich te zeggen dat er belangrijke verschillen zijn. De exorcist streefde naar uitdrijving van de duivel, terwijl de psychiater poogt van verschillende persoonlijkheden één geheel te maken. 'Een meer democratische benadering', zegt Baeten.

De verklaringen voor persoonlijkheidsstoornissen zijn ook veranderd. Vroeger werd (seksueel) contact met de duivel gezien als oorzaak van 'bezeten' zijn. Tegenwoordig worden ingrijpende trauma's, meestal het gevolg van seksueel misbruik, als voornaamste oorzaak gezien. Historici hebben geopperd dat 'seks met de duivel' een metafoor is voor seksueel misbruik. Voor Baeten staat dit allerminst vast.

Over de behandeling van MPS is altijd veel te doen geweest. Enige jaren geleden liepen patiënten die tijdens therapie ontdekten seksueel misbruikt te zijn, massaal naar de rechter om hun agressor aan te klagen. Volgens de hoogleraren Hans Crombag en Harald Merckelbach ten onrechte. Er moet niet te veel waarde worden gehecht aan 'hervonden herinneringen'. Crombag en Merckelbach menen dat psychiaters trauma's niet ontdekken, maar veroorzaken.


Therapie MPS lijkt op exorcistisch ritueel

Moderne therapieën meervoudig persoonlijkheidsstoornis vertonen trekken exorcisme

Verklaringen in psychiatrie en religie verschillen niet wezenlijk

Moderne therapieën van de meervoudige persoonlijkheidsstoornis (MPS) lijken op exorcistische rituelen uit vroegere tijden. Van de duivel bezetenen zouden volgens huidige wetenschappers in wezen lijden aan MPS. Volgens de Belgische godsdienstwetenschapper en seksuoloog Stefaan Baeten is er sprake van een religieuze erfenis. Zo achtte men in de Middeleeuwen getuigenissen van bezetenen al evenmin betrouwbaar als momenteel verklaringen van MPS-patiënten, zoals getuige X1 in de zaak Dutroux. Baeten promoveert op 8 juni 1998 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

De meervoudige persoonlijkheidsstoornis, of de dissociatieve stoornis, staat in het centrum van de belangstelling, en niet alleen in de wetenschap. Al langer is MPS onderwerp van studie. Baeten legt bloot, hoe wetenschappers door de eeuwen heen dezelfde 'ziekte' anders verklaarden, elk naar de modellen van hun tijd. Zelfs is er weinig onderscheid tussen de behandeling van religieuze bezetenheid door middeleeuwse exorcisten en de huidige therapieën voor MPS-patiënten. Kennelijk is de erfenis van de religie groter dan menig 'objectief' wetenschapper lief zal zijn.

Eigentijdse verklaringen

Franse wetenschappers houden zich eind negentiende eeuw bezig met disciplines als psychiatrie en medische neurologie. Met hun 'verlichte' begrippen kunnen ze 'primitieve' religieuze verklaringen overwinnen. Zij nemen oude geschriften over duivelsbezetenheid onder de loep en herkennen hierin vooral het psychiatrisch ziektebeeld hysterie. Hun twintigste-eeuwse opvolgers herleiden deze religieuze 'wonderverschijnselen' naar eigentijdse verklaringsmodellen. Zo is er de ziektegeschiedenis van Anna O. uit 1895. Freud beschouwde deze patiënte als hysterica. Modernere herlezingen bestempelden haar tot schizofreen, manisch-depressief, borderline en meer recent ook als MPS-patiënte. "Wetenschappers verklaren niet zozeer de werkelijkheid, alswel hun ideologische beeld daarvan," stelt Baeten.

Exorcisme of therapie?

Veel symptomen van bezetenheid en MPS komen overeen, zoals fysieke ongevoeligheid voor pijn en selectieve herinnering. Ook vertonen MPS-therapieën parallellen met het vroegere exorcisme. In de huidige praktijk is de identificatie van de alters (afgescheiden delen van de persoonlijkheid) primair, naast vaststellen van het aantal (soms wel tot 500). Omzichtigheid is vereist bij het onderzoeken van de traumatische ervaringen, die zijn opgeslagen in de alters. Ook de exorcist vroeg naar naam en aantal van de duivels en ook hij moest diplomatiek te werk gaan. Exorcisten verwijzen naar ongeoorloofde seksuele omgang met de duivel tijdens de heksensabbat. Vandaag wordt seksueel misbruik in de kindertijd met mogelijk geweld beschouwd als de belangrijkste oorzaak van de multipele persoonlijkheidsstoornis. Belangrijkste verschil is dat duivels moeten worden uitgedreven, terwijl nu alle alters als functioneel worden gezien. Ze moeten niet verdwijnen, maar een fusie aangaan tot samenwerking. De huidige MPS-therapeuten zijn volgens Baeten meer erfgenaam van een vergeten geschiedenis en praktijk dan tot nu toe is aangenomen.

Waar of onwaar?

Actuele gebeurtenissen zoals de Belgische affaire Dutroux en de onbetrouwbaar gebleken getuigenissen van X1 plaatsen de discussie over het waarheidsgehalte van traumatische herinneringen midden in het maatschappelijk debat. Evenals de vraag of wereldwijd satanisch ritueel misbruik kan bestaan. Deze vragen zijn, hoe brandend actueel ook, allerminst nieuw, stelt Baeten. Reeds in de negentiende eeuw twijfelde men aan de middeleeuwse getuigenissen van bezetenen over bijvoorbeeld gemeenschap met de duivel. De vraag 'Waar of onwaar?' zal wel nooit ondubbelzinnig te beantwoorden zijn.

Ethische verontwaardiging

Het is logisch dat gevoelige kwesties als MPS, ritueel misbruik en betrouwbaarheid van getuigenissen hevige emotionele reacties oproepen, zowel bij het brede publiek als bij professionele behandelaars. Niet elk seksueel misbruik is zwaar traumatiserend en leidt tot MPS. "Zelf bespeur ik vaak ethische verontwaardiging bij mijzelf, wanneer ik als therapeut traumatische ervaringen hoor. Dat betekent niet, dat ik daarmee een juiste analyse van de situatie maak. Ook het verhaal van de dader is belangrijk. Er is geen absoluut onderscheid tussen het goede en het kwade. Die twee huizen in elk van ons."


Curriculum vitae

Stefaan Baeten, geboren 1963 te Bree (Belgie), studeerde van 1981 tot 1989 Theologie en Familiale en seksuologische wetenschappen aan de Katholieke Universiteit Leuven. Sinds 1991 is hij werkzaam als directeur van 'Emiliani', een tehuis voor volwassenen met een mentale handicap. Hij volgde een opleiding voor hypnotherapie bij de Vlaamse Vereniging voor Autogene Training en Hypnose. Als seksuoloog en relatietherapeut heeft hij een zelfstandige praktijk. Daarnaast doceert hij huwelijks- en seksualiteitsmoraal aan het seminarie Mechelen-Brussel.

De volledige titel van zijn proefschrift is:
Van bezetenheid tot dissociatie. Een historische belichting van de huidige therapeutische praktijk.
Groningen. ISBN 90-5350-733-7.
Het boek is uitgegeven door Uitgeverij Garant te Leuven/Apeldoorn.
Promotor van Baeten is prof. dr. Patrick Vandermeersch.

(Bron: Rijks Universiteit Groningen)