Therapeut is grote boosdoener

Jan van Klinken, Reformatorisch Dagblad 27 januari 2004

SLIEDRECHT - Het is terecht dat psychotherapeuten aan banden worden gelegd. Velen van hen hebben families totaal ontwricht en andere ellende veroorzaakt door zogenaamde herinneringen aan incest op te wekken die niets met de werkelijkheid van doen hadden.

Dat zegt woordvoerder Jan Buijs van de Werkgroep Fictieve Herinneringen (WFH) in een reactie op het rapport "Omstreden herinneringen" van de Gezondheidsraad. Het rapport is het resultaat van een jarenlange strijd van de werkgroep tegen wat zij betitelt als valse beschuldigingen.

De werkgroep dringt al sinds de jaren negentig aan op overheidsingrijpen in therapeutenland. De Nationale Ombudsman deelde die mening, maar de toenmalige minister van Volksgezondheid, Borst, vond dat er eerst een heldere wetenschappelijke onderbouwing diende te komen. Daarom vroeg ze in 2000 advies aan bij de Gezondheidsraad.

De raad stelde een adviesgroep samen waarin ook wetenschappers zitting kregen die grote waarde toekennen aan hervonden herinneringen. Volgens de Gezondheidsraad moest dat wel, omdat anders het rapport niet zou worden geaccepteerd "in het veld." Dat er toch eenstemmige conclusies en aanbevelingen zijn gekomen, dwingt bij de WFH bewondering af.

Over de betekenis van hervonden herinneringen woedt onder therapeuten en wetenschappers al tientallen jaren een stammenstrijd, die tussen de "believers" en "non-believers". De ene groep hecht grote waarde aan de herinneringen die dankzij psychotherapie weer boven zouden komen drijven, de andere groep trekt de geloofwaardigheid aan dat soort herinneringen volledig in twijfel.

Justitie vond aanvankelijk dat een aangifte op basis van hervonden herinneringen voldoende houvast kon bieden voor vervolging. Dat leidde in een beperkt aantal gevallen tot een veroordeling. De vonnissen riepen veel protest op. Naderhand stelde justitie een expertisegroep samen die aangiften eerst diende te beoordelen. Vanaf die tijd kwam justitie nog maar sporadisch in actie.

Die ontwikkeling werd gevolgd door een totaal andere: ouders die ten onrechte waren beschuldigd van incest, begonnen de verantwoordelijke therapeuten aan te pakken. Dat heeft intussen geleid tot de toekenning van schadeclaims door de rechter.

Een van de eerste zaken was die tegen een therapeut uit het Gelderse Druten. Hij moest 9000 euro schadevergoeding betalen aan een ouderpaar dat door zijn toedoen ten onrechte van incest was beschuldigd. De therapeut had niet alleen aan het belang van zijn cliënt maar ook aan dat van anderen moeten denken, zo oordeelde de Arnhemse rechtbank twee jaar geleden. De ouders hadden na de aangifte drie weken vastgezeten. Hun leven was verworden "tot een hel op aarde", zo overwoog de rechter bij het toekennen van de schadevergoeding.

Ook in de affaire rond de beruchte NCRV-documentaire "Verborgen moeders" is een schadeclaim van filmer Thom Verheul in voorbereiding. Volgens die uitzending zouden de hervormde emeritus predikant G. Broere en een familie uit Noord-Holland zich aan incest, abortus en babymoord schuldig hebben gemaakt. Naderhand bleken de verhalen op drijfzand te zijn gebaseerd en moest de NCRV diep door het stof. Ook hier bleken therapeuten de grote boosdoeners.

Bij de Werkgroep Fictieve Herinneringen zijn legio gevallen bekend van ouders die werden aangeklaagd nadat hun dochter via therapie had "ontdekt" dat ze seksueel misbruikt was. In een reactie op het rapport van de Gezondheidsraad vraagt de werkgroep niet alleen aandacht voor de ouders die ten onrechte zijn veroordeeld, maar ook voor "de honderden ex-patiënten die in de afgelopen tien tot vijftien jaar zijn behandeld aan iets waaraan zij niet leden."