logo
titel

Werkgroep Fictieve Herinneringen

De informatie op de volgende pagina's is afkomstig van de website van de Werkgroep Fictieve Herinneringen. Deze werkgroep is in 1994 door enkele ten onrechte beschuldigde ouders opgericht. 10 jaar later werd eindelijk de volgende officiële conclusie getrokken:

"Fictieve incestherinneringen bestaan, ze kunnen worden opgewekt tijdens ‘risicovolle’ psychotherapie, vooral bij suggestieve patiënten, en ze kunnen schade toebrengen aan die patiënten en hun ouders."

De minister van Volksgezondheid heeft in juni 2004 deze belangrijke conclusie van de Gezondheidsraad overgenomen. De minister roept de beroepsorganisaties op om richtlijnen voor psychotherapeuten op te stellen over het omgaan met traumaherinneringen in therapie. Voor patiënten moet er een ‘bijsluiter’ komen met algemene informatie over de effecten, nadelen en alternatieven van psychotherapie. De Inspectie van de Gezondheidszorg zal het laatste kwartaal van 2004 een rapport uitbrengen over de voortgang van het overleg met de betrokken beroepsgroepen.
Daarmee heeft de Werkgroep Fictieve Herinneringen (WFH), na 10 jaar werken en wachten, bereikt dat de beroepsgroepen hun werkwijzen moeten aanpassen en zich bewust moeten zijn van de schade die zij kunnen aanrichten. De werkgroep is in augustus 2004 opgeheven.

In de 10 jaar van zijn bestaan heeft de WFH veel informatie verzameld voor ten onrechte beschuldigde ouders en andere belangstellenden. Omdat het jammer zou zijn als deze informatie verloren gaat met het uit de lucht halen van de WFH-website, heeft Traumaversterking (met toestemming van de WFH) een aantal van hun documenten overgenomen: