logo
titel

Een kleine fout?

Ritueel misbruik en satanisme

Een kleine minderheid van de ouders (5%) is geconfronteerd met elementen van ritueel misbruik en/of satanisme in de beschuldigingen. Daarnaast is het uiteraard mogelijk, dat deze aspecten in het verloop van de therapie naar boven komen cq. worden gebracht, terwijl de ouders daar (nog) geen weet van hebben.

Meestal krijgen de ouders niet mr te horen dan dat het zou gaan om 'babymoorden', 'moorden op ongeboren vruchten', 'satanische rituelen' en dergelijke. Dergelijke termen zijn voor de ouders overigens al erg genoeg.

In de enkele - ons bekende - gevallen dat in een justitiedossier meer details van een ritueel misbruikaanklacht bekend zijn, houden f de advocaat van de aangeklaagde ouders, f een kind dat aan de kant van de ouders staat, de al te gruwelijke details welbewust voor de ouders verborgen, om hen niet nodeloos te belasten.

In de loop van 1992 en 1993 was er in ons land een opvallende toename in het aantal meldingen van ritueel en/of satanisch misbruik. NOVA wijdde hieraan in juni 1993 een uitzending:

"In de NOVA-uitzending verklaarde Suzette Boon <psychologe; kort tevoren aan de VU gepromoveerd op een onderzoek naar patinten met MPS> aanvankelijk te hebben getwijfeld aan het waarheidsgehalte van de getuigenissen. Maar ze is er thans heilig van overtuigd dat satanische sekten actief zijn in Nederland. De hevige emoties die vrijkomen bij het herbeleven van de trauma's en de opvallende gelijkenissen in de verhalen van verschillende patinten hebben haar over de streep van het ongeloof getrokken." (Uit: Volkskrant, 11-9-1993, Janny Groen: 'Pact met de duivel')

Naar aanleiding hiervan heeft het Ministerie van Justitie in augustus 1993 de Werkgroep Ritueel Misbruik aan het werk gezet. In april 1994 kwam hun rapport uit, waarvan de belangrijkste conclusie luidt:

"Als men moet uitgaan van de omvang en het karakter van ritueel misbruik, zoals (...) door de Werkgroep (...) is opgevangen (...), dan is het vrijwel onmogelijk dat geen forensisch bewijs is of wordt gevonden. Naar alle redelijkheid en waarschijnlijkheid zouden er tenminste enkele (technische) sporen aan het licht gekomen moeten zijn. Nu dat niet het geval is, acht de Werkgroep de kans gering dat de verhalen over ritueel misbruik 'in volle omvang' op waarheid berusten."

Curieus in dit citaat is natuurlijk de (door de Werkgroep Ritueel Misbruik zlf tussen aanhalingstekens gezette) zinsnede 'in volle omvang', die een tegemoetkoming lijkt te zijn aan de twijfelaars in de Werkgroep. Van het door de Werkgroep beoogde Meldpunt Ritueel Misbruik is na 1994 weinig tot niets vernomen.

Crombag & Merckelbach tenslotte rekenen op pagina 194 (hoofdstuk 7) van hun boek 'Hervonden herinneringen en andere misverstanden' (Uitgeverij Contact, 1996) ons inziens definitief af met (de aanhangers van) het verschijnsel ritueel/satanisch misbruik:

"Laat ons heel precies zijn: wie in de samenzwering van de satanisten gelooft, gelooft niet alleen dat mensen op grote schaal kunnen moorden zonder dat ooit een stoffelijk overschot wordt gevonden, maar ook zonder dat hun talrijke slachtoffers ook maar door iemand worden vermist. Wie dat gelooft, is voorbij een punt waar wij een redelijke discussie nog mogelijk achten."

In de hoofdstukken 9 en 10 komen wij nog terug op het verschijnsel ritueel/satanisch misbruik. Eerst naar aanleiding van een uit het Duits vertaald boek over MPS; vervolgens naar aanleiding van een Amerikaans boek over SRA, Satanic Ritual Abuse, waaraan de Nederlandse therapeuten Van der Hart, Boon en Heijtmajer Jansen een Europees hoofdstuk bijdragen.


Volgende >>