logo
titel

Een kleine fout?

Tenslotte

Er moet in de geestelijke volksgezondheid een heleboel verbeteren; dat hebben wij naar aanleiding van 'onze' problematiek wel gemerkt. Die veranderingen kunnen wij niet bewerkstelligen. Dat moet 'de politiek' doen, in samenspraak met - maar niet: 'aan de leiband van'! - de therapeutische koepels. Groepen als de WFH kunnen daartoe beslist nuttige informatie en suggesties aandragen.

Te vrezen valt echter dat 'de macht van de witte jassen' spoedige veranderingen in de weg zal staan. Dat, en de onmacht van 'de politiek', respectievelijk 'de overheid'.

Totdat wij als ouders met de beschuldigingen van onze psychisch zieke kinderen werden geconfronteerd, hadden we eigenlijk allemaal een hoge dunk van het functioneren van 'de overheid': van Volksgezondheid en van Justitie. En ook wel van de politie.

Ook de medische stand stond in het algemeen redelijk tot goed aangeschreven; aardige huisarts en deskundige ziekenhuisspecialisten en zo.

Maar nu?

Wij zijn cynisch en argwanend geworden; wij vertrouwen de overheid niet meer, die ons in de kou laat staan; noch de dames en heren medici, wier eerste bekommernis de eigen positie lijkt te zijn en die al te gretig wegkruipen achter de vertrouwensregel met hun (ex-)patiŽnten en alles beter denken te weten dan ouders die 15-20 jaar intensief met de opvoeding van hun kind zijn bezig geweest.

En wie ervaringen heeft opgedaan met politie en Justitie, onderschrijft het IRT-rapport van harte --- en kan het aanvullen met de eigen wrange ervaringen over vooringenomenheid, incompetentie en botheid die soms helaas gezags- en machtsdragers aankleeft.

De grootste blaam in de problematiek rond de traumawanen, waardoor argeloze ouders worden beschuldigd en aangeklaagd, treft de brede stroming in de psychotherapie, die verschijnselen-van-nu zonder meer - zonder externe validatie - koppelt aan oorzaken-van-vroeger, voortkomend uit het 'disfunctionele gezin' en veroorzaakt door de 'mishandelende en misvormende ouders'.

In het spoor van vooral Amerikaanse voorgangers, die op hun beurt zijn beÔnvloed door doorgeslagen feministische ideeŽn over mannen en over de waarde van het gezin, hebben enkele Nederlandse trendsetters - Drayer en Van der Hart voorop - andere therapeutische voorvrouwen - Boon, Ensink, Nagel en anderen -, en vervolgens hele cohorten therapeutische 'werkers in het veld' gehersenspoeld, zodat men "incest ging zien waar die niet was" (Uit De Volkskrant van 13-5-1995: 'Verdwenen en bedachte herinneringen').

Deze brede en sterke stroming heeft als in een moderne heksenjacht gedurende 10 jaar de geesten van patiŽnten - onze kinderen! - vergiftigd en zowel kinderen als ouders in het ongeluk gestort. Controle vanuit de eigen beroepsverenigingen was er nauwelijks. De paar nuchtere wetenschappers - Wagenaar, Crombag en Merckelbach voorop - die met tegengeluiden en bedenkingen kwamen, werden door de clinici niet serieus genomen en vaak weggehoond 'omdat ze nooit zielige patiŽnten in hun spreekkamers zagen'.

Toezicht vanuit de overheid - het ministerie van Volksgezondheid respectievelijk de Inspectie Gezondheidszorg - schoot intussen ernstig tekort. ”ůk nadat die instanties, mede door de WFH, op deze problematiek waren gewezen. De politiek hield zich jarenlang afzijdig.

De media waren meest op lekkere verhalen uit - de goeden, die er ook zijn, niet te na gesproken.

Kortom: het gezondheidszorgsysteem in Nederland schiet, ten aanzien van een probleem als de traumawanen in ieder geval, ernstig tekort.

Dat is voor al die ouders ůůk een schokkende ervaring.


<< Terug naar Inleiding WFH