logo
titel

Een kleine fout?

Een rol voor een therapeut

Zoals gezegd: sommige ouders wisten wel dat hun kind in therapie was. De één kreeg de rekeningen van de therapeut toegestuurd omdat de verzekering nog via de ouders liep. De ander hoorde er - aanvankelijk; totdat er 'bepaalde onderwerpen' in de therapie aan de orde werden gesteld - door het kind zelf over vertellen. Een derde hoorde het weer via via, bijvoorbeeld van één van de andere kinderen.

Maar in vrijwel alle gevallen speelde een therapeut blijkbaar een belangrijke rol in het 'naar boven komen, respectievelijk naar boven brengen' van het incestverhaal. Blijkbaar: want de meeste ouders weten weinig tot niets over de therapie die hun kind onderging of nog steeds ondergaat; niet over de diagnose en evenmin iets over de aard van de behandeling zelf. Alleen als er een strafdossier is, komen de ouders daaruit meestal wel het één en ander te weten. Opnieuw geven wij een aantal voorbeelden:

Z. kreeg op het conservatorium last van hyperventilatie. Via de huisarts kwam ze terecht bij een vrijgevestigde psychologe; die behandelde haar onder hypnose. Vanaf dat moment ging alles mis. Eerst beschuldigde ze haar moeder van mishandeling; daarna haar vader van incest.

Y., een vrouwelijke arts van midden 40 met een drukke baan en een gezin met opgroeiende kinderen, raakte overwerkt en moest haar werk neerleggen. Dat bezorgde haar psychische problemen. Om met zichzelf in het reine te komen, zocht ze in verschillende richtingen hulp en steun: ze volgde een creatieve ontwikkelingscursus; ze bezocht een homeopathische arts; en ze ging tenslotte in regressietherapie.
Tijdens die therapie zag ze, als in een visioen, haar vader als incestdader.

X., die vanaf haar 9de lijdt aan diabetes, was in opleiding voor bejaardenverpleegster. In het tweede jaar moest ze een deel van de stof over doen. Kort daarop vertelde ze haar ouders, aangifte te hebben gedaan van verkrachting. Toen die, verontwaardigd, bij de politie navraag deden naar de vorderingen in het onderzoek, bleek dat X. alles had verzonnen. X. stond in die periode sterk onder invloed van een charismatische dominee. Een dag later beschuldigde X., woedend dat haar ouders naar de politie waren gegaan, haar ouders van incest en misbruik door derden; de ouders zouden hiervoor geld hebben gekregen.

W. kreeg na de geboorte van haar eerste kind, ze was toen 32, een postnatale depressie. Zij ging in behandeling bij een vrijgevestigde psycholoog-psychotherapeut. Wekelijks was zij met hem bezig 'haar eigen jeugd te verwerken'. Na zes jaar kwamen plotseling - na het lezen van 'een boek' - incestherinneringen op.

V., vanaf de geboorte een eigenwijs en moeilijk kind, volgde een opleiding als verzorgster in de zwakzinnigenzorg. Een maatschappelijk werker bij een verzorgingscentrum waar ze stage liep, werd haar vertrouwensman en 'therapeut' toen ze in haar opleiding vast liep. Nadat hij haar 3 jaar had behandeld, begon zij haar ouders te beschuldigen. En niet alleen haar ouders: ook buren en familieleden.
De beschuldigingen werden steeds gruwelijker; begraven in haar tuin werd later het boek van 'Jolanda uit Epe' gevonden. Zij wist één van haar twee zussen zover te krijgen, dat die voor haar als 'getuige' optrad. De andere zuster bleef in de onschuld van de ouders geloven.

U., begin 40, was vanaf de pubertijd al een 'moeilijk kind': weglopen van huis, diverse psychiatrische behandelingen en opnames. Verschillende diagnoses, waaronder 'endogene psychose' en 'schizofrenie'. Vier suïcidepogingen. Ze trouwde jong, scheidde, had daarna diverse relaties.
In 1995 trad zij tenslotte als MPS-er in de publiciteit. Haar één jaar oudere broer, van huis uit fysiotherapeut, volgde datzelfde jaar een opleiding tot 'Gestalt therapeut' en ontdekte daarin dat hij 'een slechte jeugd' heeft gehad. Hij zocht contact met zijn vijf broers en vier zusters. Twee daarvan, de eerder genoemde U. en hun jongere zus K., gingen 'mee' met het verhaal van de slechte jeugd, waarvan ook incest deel uitmaakte. Twee anderen wezen het als onzin van de hand. De overigen maakten geen keuze voor de ene of de andere kant.

T., een bescheiden en intelligent meisje, had op het Atheneum veel vrienden en vriendinnen. Na het eindexamen kwam ze evenwel niet tot studeren. Ook wilde ze niet gaan werken. Een jaar later ontdekten haar ouders dat ze een lesbische relatie heeft. Dat vonden de ouders geen punt. Jaren lang bleef de verhouding tussen dochter en ouders uitstekend.
Toen verbrak T. plotseling met een brief - 'er is iets ergs gebeurd; te erg voor woorden; jullie zijn voor mij dood en begraven' - alle contacten. Het enige wat de verbijsterde ouders bij vroegere vrienden wisten te achterhalen was, dat hun dochter T. sinds kort bij een andere vrouw woonde.

S. woonde al enkele jaren samen met een jonge man die geleidelijk zoveel beslag op haar legde en haar zozeer uitputte, dat zij via de huisarts moest worden opgenomen in een crisiscentrum. Haar ouders brachten haar weg. Na 3 dagen mochten de ouders niet meer op bezoek komen en alle contacten werden verbroken, met als motief: 'U heeft uw dochter te beschermd opgevoed en teveel verwend; ze moet afstand nemen'. Na 2 maanden van therapeutische sessies kregen de ouders een brief van S. over 'herinneringen' en 'herbelevingen' betreffende 'dingen die ver over mijn grenzen' waren gegaan toen ze 3-4-5 jaar oud was.
Dat is nu drie jaar geleden; hun dochter hebben zij sindsdien niet meer gezien.


Volgende >>