logo
titel

Een kleine fout?

Wetenschappers over hervonden herinneringen

In de VS en ook in Nederland is de afgelopen jaren in de wetenschappelijke pers vaak fel gediscussieerd over de mogelijkheden om herinneringen te 'verdringen' en dan na jaren weer naar boven te halen met hypnose en vergelijkbare regressietechnieken. Omdat dit bij onze kinderen in veel gevallen ook is gebeurd volgen we deze discussie op de voet.

In het boek van Crombag en Merckelbach, 'Hervonden herinneringen en andere misverstanden' (1996) staat op blz. 38 een beschrijving van dit fenomeen:

"Nogal wat hulpverleners menen dat er naast (...) selectieve amnesie nog een sterkere vorm van amnesie bestaat, de totale amnesie. Daarbij zouden traumatische gebeurtenissen in toto worden vergeten. Totale amnesie doet zich, volgens de invloedrijke Amerikaanse psychiater Leonore Terr, voor bij langdurige chronische traumatisering."

Vervolgens zou het nodig zijn om die herinneringen weer op te roepen om de klachten die zijn ontstaan door de traumatisering te kunnen behandelen.

In het rapport 'Meervoudige Persoonlijkheidsstoornis' (1995), geschreven door o.a. Prof. dr. O. van der Hart, staat dat (op pag. 76) zo:

"Het hervinden en het zich toe-eigenen van de verloren traumatische tijd is een pijnlijke opgave."

Daarna geeft hij een beschrijving van hoe dat proces moet verlopen. Dat hierbij fouten kunnen ontstaan zeggen Van Dyck en Spinhoven in het februarinummer (1996) van het Tijdschrift van Psychiatrie (blz 99):

"In principe zijn er grofweg twee typen geheugenfouten mogelijk wanneer volwassenen zich (tijdens psychotherapie of hypnose) afvragen of zij als kind wel of niet getraumatiseerd zijn: zij kunnen ten onrechte geloven dat ze niet getraumatiseerd zijn (...) of ze kunnen ten onrechte geloven dat ze wel getraumatiseerd zijn (...). Voor het optreden van vals-positieve herinneringen bestaat experimentele en klinische evidentie. (...) Suggestieve vragen en andere suggestieve elementen tijdens een gesprek kunnen de juistheid van herinneringen aan geobserveerde gebeurtenissen in sterke mate negatief be´nvloeden. (...) Dit blijkt in nog sterkere mate het geval te zijn wanneer hypnotische procedures worden gebruikt om verdwenen herinneringen op te sporen."

Wij sluiten dit hoofdstuk af met de conclusie van de hoogleraren Wagenaar en Crombag:

"Er is weinig reden om aan te nemen dat herinneringen aan ernstig en langdurig seksueel misbruik (...) vergeten kunnen worden. Daarvoor zijn zulke herinneringen (...) te markant in de levensgeschiedenis." (prof. dr. W.A. Wagenaar, RU Leiden, en prof. dr. H.F.M. Crombag, RU Maastricht, in Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 24-6-1995)


Volgende >>