Satanisten als zondebok voor porno en incest

Peter Burger, De Volkskrant 3 maart 1994

Yolanda uit Epe suggereert aan het eind van haar boek dat haar ouders lid waren van een duivelse sekte. Ook psychologen geloven dat satanssekten in Nederland kinderen offeren. Peter Burger waarschuwt voor een heksenjacht.

Het boek van Yolanda uit Epe, Mijn verhaal, besluit met de dreigende belofte dat er nog meer onthullingen zullen volgen. De misdaden van haar ouders, vertelt Yolanda, hadden een ritueel karakter: na iedere babymoord smeerde haar moeder zich in met bloed en zong luidkeels Glory glory halleluja. Eenmaal moest Yolanda een stukje van haar kind opeten. Waren haar ouders lid van een sekte? Yolanda heeft vage herinneringen aan orgieën bij volle maan. Meer kan ze zich niet herinneren, omdat de huisarts haar onder hypnose heeft gedwongen alles te vergeten. Zegt ze.

Het is niet moeilijk te voorspellen welke onthullingen Yolanda nog uit haar geheugen zal opdiepen: nog meer in stukken gesneden baby's, een samenzwering van satanisten, een steeds wijdere kring van medeplichtigen. De ergste gruwelen uit haar boek zijn vaste ingrediënten in processen tegen vermeende satanisten in Engeland en de Verenigde Staten.

Hoewel er dringende redenen zijn om deze horrorverhalen te wantrouwen, eisen therapeuten van incestslachtoffers in de eerste plaats vertrouwen voor hun cliënten: ongeloof zou hen nog ernstiger traumatiseren. Wie niet in satanssekten wil geloven, wordt door hulpverleners geconfronteerd met het standaardargument dat tien jaar geleden ook het wijdverbreide voorkomen van incest onwaarschijnlijk leek. Je moet dus wel een schurk zijn om te twijfelen aan het relaas van slachtoffers als Yolanda.

Tien jaar geleden leek incest inderdaad een zeldzaamheid, maar nu weten we beter. Er is veel meer bekend over de gevolgen, incestplegers zijn veroordeeld, een deel van hen volgt therapie. Maar ondanks massale inspanningen van de politie in Engeland, de VS en ook in Nederland, zijn de satanisten die Yolanda en andere 'slachtoffers' beschrijven, nooit gevonden. Yolanda's schokkendste onthullingen moeten niet vergeleken worden met de 'ontdekking' van incest door de media, maar met andere ongefundeerde geruchten. Met de Irakese soldaten bijvoorbeeld die in Koeweit baby's uit de couveuse zouden hebben gerukt en met de Joegoslavische vrouw bij wie een honden-embryo was geïmplanteerd. Afschuwelijk, maar, zo bleek, niet waar.

Dit neemt niet weg dat er verschrikkelijke dingen zijn gebeurd. Ook incest behoort bij de verschrikkingen van de werkelijkheid en Yolanda's ouders zijn inmiddels tweemaal veroordeeld wegens ernstig seksueel en lichamelijk misbruik. Maar dat wil niet zeggen dat al Yolanda's beschuldigingen waar zijn.

In juni 1993 alarmeerde de psychologe Suzette Boon de natie met de verklaring dat ook in Nederland kinderen worden misbruikt door satanisten. Meisjes moesten hun kind onvoldragen ter wereld brengen en offeren. Deze gruwelen blijven allemaal binnen de familie: de satanisten vormen een 'intergenerationeel' netwerk.

Tot nu toe is nog nergens ter wereld zo'n satansbende opgerold, ondanks jaren durende en miljoenenverslindende processen tegen vermeende duivelsaanbidders in de VS en Engeland. Zoals er vorig jaar in Epe vergeefs is gegraven naar babylijkjes, zijn in de VS zonder resultaat speelterreinen afgegraven en vloeren opengebroken om geheime gangen en verborgen skeletten bloot te leggen. Het leven van een groot aantal gezinnen werd door justitiële onderzoeken en het uit huis plaatsen van kinderen ontwricht: het leverde niets op.

Dat is jammer voor de psychologen, want die zouden veel kunnen opsteken van de satanisten. Die zijn bijvoorbeeld zo bedreven in hypnose dat ze kinderen kunnen programmeren om zelfmoord te plegen als de geheimen van de sekte dreigen te verraden. Aldus Suzette Boon.

Het geloof in deze psychische afstandsbesturing stamt uit de VS, waar het kwaad al een kleine tien jaar rondwaart. Exemplarisch voor de kruistocht tegen satan is wat er in 1991 in San Diego gebeurde, toen een dochter haar ouders ervan beschuldigde tot een satanssekte te behoren en een van haar baby's doormidden te hebben gesneden.

Drijvende kracht achter de zaak was een kinderbeschermster, die de grootouders verbood hun kleinkinderen verjaardagskaarten te sturen met dieren of clowns er op en bij een bezoek hun eigen neus of oren aan te raken - allemaal duivelse signalen, volgens haar. Uiteindelijk bleek dat de dochter die de beschuldigingen had geuit schizofreen was, maar weigerde pillen te slikken.

Dergelijk niet door politieonderzoek, en van iedere wetenschappelijke grond ontblote theorieën worden hier te lande verspreid door psychologen zoals Boon en professor Onno van der Hart, die ook het nawoord schreef in het boek van Yolanda.

De 'kennis' over de verderfelijke praktijken van satanisten is vanaf 1985 in Nederland geïmporteerd door Amerikaanse psychotherapeuten die hier door hun contacten met Van der Hart workshops konden geven. Vermoedens over satanssekten zijn in een groeiend netwerk van therapeuten en psychiatrische patiënten (merendeels lijders aan een meervoudige persoonlijkheidsstoornis) verhard tot zekerheden die niet getoetst worden aan een andere werkelijkheid dan de belevingswereld van de patiënten.

Als die verhalen niet waar zijn, waar komen ze dan vandaan? Die vraag wordt beantwoord in een forse stapel publicaties van sociologen, antropologen, historici en folkloristen. Zij wijzen er op dat rituele kindermoord, incest en kannibalisme in iedere samenleving tot de zwaarste taboes behoren. Daarom worden de ergste vijanden van de maatschappelijke orde er bij voorkeur van beschuldigd juist deze taboes te schenden.

Toen de christenen nog een subversieve sekte waren in het Romeinse Rijk van de tweede eeuw na Christus, werden zij ervan beticht baby's te vermoorden en op te eten, zich over te geven aan incestueuze orgieën en een god met een dierenkop te vereren. Toen de christenen aan de macht waren gekomen, beschuldigden zij op hun beurt de joden ervan dat ze ieder jaar met Pascha op rituele wijze een christenkind offerden en met het bloed hun matzes kneedden. Nog later waren het de ketters en de heksen die als vijanden van God en maatschappij werden afgeschilderd.

Anno 1994 ontdekt een toenemend aantal burgers in satanisten de ideale zondebok voor kinderporno, incest en alles wat vies en voos is. In de VS wordt de angst voor de duivelsvereerders aangewakkerd door een monsterverbond van christenfundamentalisten, feministen en hulpverleners. De Nederlandse lobby bestaat voornamelijk uit psychologen, maar ontleent zijn kennis van duivelse riten uiteindelijk aan Amerikaanse fundamentalistische pamfletten.

Waar zijn de satanisten? Nergens, zeggen de sceptici. Overal, zeggen de gelovigen. 'Iedereen kan het zijn', aldus Suzette Boon vorig jaar in NOVA. Dit soort paniekzaaierij is een van de grootste gevaren van het satanisme-gerucht.

Ook de Nederlandse politie heeft ondanks herhaalde pogingen het bestaan van satanische sektes nooit bewezen. Aanhangers van de sekte-hypothese slaan hierdoor niet aan het twijfelen. Integendeel: het gebrek aan bewijzen toont juist aan hoe machtig en doortrapt de satanisten zijn. Zo gaat dat als je in een complot gelooft.

Anno 1987 vroegen sceptici zich af waarom de tientallen ontvoerde kinderen uit Oude Pekela nooit gemist waren door hun ouders. De kinderpsychiater Mik kende het antwoord: omdat ze na een uurtje misbruik even naar huis werden gebracht om een glas limonade te drinken en zich aan hun ouders te laten zien. Daarna keerden ze weer terug: de ontvoerders zouden hen doden als ze dat niet deden.

Sterke verhalen vragen om sterke bewijzen. Bij het ontbreken daarvan antwoorden de gelovigen op iedere tegenwerping met een nieuwe beschuldiging. Epe is geen uitzondering. Waarom heeft de politie niets ontdekt? Omdat de politie ook in het complot zit. Hoe komen een eenvoudige bosarbeider en een vrouw met een mentale leeftijd van acht jaar erbij hun dochter te prostitueren voor een cliëntèle van veeleisende sadisten uit Epe? Ze hoorden bij een sekte. Waarom herinnert Yolanda zich zo veel niet? Omdat ze gehypnotiseerd is door de huisarts.

Gelovige onderzoekers als Van der Hart menen te handelen in het belang van hun cliënten. Voor zover zij hulpverlener zijn is hun houding te billijken, maar door hun naïeve acceptatie van verhalen over satanssekten zetten ze wel hun reputatie als onderzoeker op het spel. En ook incestslachtoffers zijn uiteindelijk niet gebaat bij zulke kritiekloze verdedigers. Doordat Van der Hart c.s. zo hameren op de realiteit van ritueel misbruik, ondergraven ze ook de geloofwaardigheid van slachtoffers van 'gewoon' misbruik.

Het bestaan van ritueel kindermisbruik wordt op dit moment onderzocht door een werkgroep van het ministerie van justitie, die binnenkort met een rapport hoopt te komen. Voorzitter van deze werkgroep is J. Hulsenbek, advocaat-generaal bij het gerechtshof in Arnhem. Hulsenbek gelooft in de satanssamenzwering. Het is te hopen dat de werkgroep meer gewicht zal geven aan de mening van sceptici.