Bijwerking: fictieve herinneringen!
Kitty Hendriks, PsychoSociale Courant, November / december 2004
Begin dit jaar bood de Gezondheidsraad het rapport "Omstreden herinneringen" aan aan minister Hoogervorst van Volksgezondheid. Het brengt de stand van de wetenschap op het gebied van hervonden herinneringen in kaart. In de samenvatting staat: "Een suggestieve werkwijze van de therapeut als de patiënt herinneringen ophaalt, vormt door haar sturende werking het grootste risico voor het ontstaan van fictieve herinneringen met een aan de suggestie gerelateerde inhoud. Dit speelt met name een rol als een verklaring voor klachten wordt gezocht, bijvoorbeeld in een verondersteld traumatisch verleden."
In de weken na het verschijnen van het rapport verklaarde menig therapeut in de media nooit te sturen en geen suggestieve vragen te stellen. Alle hervonden incestherinneringen in hun praktijk waren zeker niet fictief. Zo verklaarde ook mijn therapeute tegenover een journalist nooit aan te sturen op herinneringen aan seksueel misbruik in de jeugd. In mijn boek Vaag verleden - Hoe ik ging geloven in fictieve herinneringen, dat onlangs is verschenen, beschrijf ik mijn therapie bij deze vrouw.
Een fragment:
Dineke: 'Kun je iets vertellen over hoe het bij jullie thuis eraan toeging in die tijd?'
Ik vertel over Duitsland. De feesten die er waren en hoe ik in de war raakte toen ik op zo'n feest de moeder van mijn ene vriendinnetje bij de vader van een ander vriendinnetje op schoot zag zitten. Maar verder heb ik aan die feesten alleen goeie herinneringen. Met mijn broers kwam ik stiekem uit bed en boven aan de trap zaten wij te luisteren naar de muziek die van beneden kwam. Voordat we naar Duitsland verhuisden hebben we een tijd in Amerika gewoond en mijn moeder heeft ooit gezegd dat de feesten daar orgies waren, maar in Duitsland was dat zeker niet het geval.
'Er waren dus orgies bij jullie thuis en jij was daar getuige van?' is Dinekes vertaling van dit verhaal.
'Ik weet het niet. Mijn moeder heeft dat ooit gezegd, maar ik weet niet wat ze daarmee bedoelde.'
'Werd jij op die feesten misbruikt?' vraagt Dineke.
Er gaat een schok door me heen. Misbruikt? Nee, dat kan niet. Waarom vraagt ze dit? Ik raak in de war. Dit gaat de verkeerde kant op.
Dineke zegt dat ik goed moet luisteren naar wat het kleine meisje mij te vertellen heeft en haar niet zoals gewoonlijk de mond snoeren met 'aanstellerij'. Kan ik dat beloven?
Ik knik ja en ga in een wezenloze toestand naar huis.
Enige tijd later kreeg ik herinneringen aan seksueel misbruik op feesten in Duitsland.
Therapeuten zullen gewoonlijk niet de intentie hebben hun cliënten wat aan te praten, zij doen te goeder trouw hun werk. Maar de invloed die een therapeut heeft op het leven van een cliënt moet niet onderschat worden. Het contact is per definitie ongelijkwaardig en vaak is er sprake van een afhankelijkheidsrelatie. De cliënt verkeert in een kwetsbare positie en stelt vertrouwen in de deskundigheid van de therapeut. Het opperen van een mogelijk verdrongen misbruikverleden kan de cliënt behoorlijk in verwarring brengen.
Hoe het mis kan gaan
Na jaren last van depressies, angsten, zelfmoordpogingen en eetproblemen zocht Maaike haar heil bij een psycholoog. Deze stelde de diagnose MPS/DIS (meervoudige persoonlijkheidssyndroom / dissociatieve identiteitsstoornis). Verdrongen herinneringen aan traumatische jeugdervaringen, die door verschillende deelpersoonlijkheden (alters) worden bewaard, zijn inherent aan de MPS/DIS-diagnose. Dat Maaike geen weet had van een traumatisch verleden zei niks, ze moest wachten tot haar alters hun ervaringen zouden prijsgeven. Ze hoefde niet lang te wachten. Binnen een maand had ze levendige herinneringen die wezen op ritueel misbruik in een satanische context. Eindelijk begreep Maaike waarom het zo lang zo slecht met haar was gegaan, ze had nogal wat te verduren gehad in haar jeugd.
Toch rezen er na verloop van tijd twijfels. Zou het allemaal wel echt gebeurd zijn? Maaike bezocht een andere therapeut voor een second opinion en wederom werd de diagnose MPS/DIS gesteld, nu aangevuld met een posttraumatische stress stoornis (PTSS). Opnieuw de bevestiging van een traumatisch verleden. Maaike vervolgde haar therapie bij deze vrouw. Als ze haar twijfels aan de misbruikherinneringen ter sprake bracht zei de therapeute: "Je hebt DIS. En als je dat accepteert, moet je ook accepteren wat je alters over je verleden vertellen." Wat haar alters vertelden werd steeds weerzinwekkender. Behalve seksueel misbruik in een satanische sekte zou ze ook meerdere kinderen gebaard hebben die ritueel werden geofferd, ze zou zelf onder dwang anderen hebben misbruikt en baby's vermoord. Twijfel hieraan werd uitgelegd als ontkenning van de pijnlijke werkelijkheid. En ontkenning stond de verwerking van haar trauma's in de weg. De belofte van een zonnige toekomst na het verwerken van deze ellende trok Maaike weer over de streep. Ze geloofde in haar 'herinneringen' en deed haar best ze een plek in haar leven te geven.
Ze stapte nog een paar keer over naar een andere therapeut en telkens werd er voortgeborduurd op de bevindingen van de voorgangers. Nooit werden de MPS/DIS-diagnose en de bijbehorende herinneringen in twijfel getrokken. Haar laatste therapeut beantwoordde Maaikes twijfel met de woorden: "Ik wéét dat jij het hebt meegemaakt, zoiets verzin je niet." Nee, verzonnen had ze het niet. Die wetenschap had haar steeds weer overtuigd dat het dus wel waar moest zijn. Maar deze keer kwam Maaike in opstand. Hoe kon haar therapeut zo zeker zijn als zij het zelf niet zeker wist? Het was toch háár leven! Ze ging op zoek naar erkenning voor haar twijfel en stuitte op de website www.traumaversterking.nl over fictieve incestherinneringen. Na negen jaar therapie en aansporing om haar hervonden herinneringen voor waar aan te nemen, voelde ze nu een zware last van haar schouders glijden. De twijfel was weg, ze wist het nu zeker, het was niet waar. Ze was niet misbruikt, had geen deel uitgemaakt van een sekte, geen kinderen gekregen en geofferd. In plaats daarvan was ze misleid door foute diagnoses en beelden die zich in een trance-toestand aan haar hadden opgedrongen. Ze herinnerde zich haar echte verleden weer: een zieke moeder, een depressieve vader, emotionele verwaarlozing, een laag zelfbeeld. Genoeg ingrediënten voor de klachten waarmee ze in eerste instantie hulp zocht.
Maaike probeert haar leven nu weer op de rails te krijgen. Opnieuw een zware klus, maar deze keer zonder de drukkende last van een fictief verleden.
Bijsluiter
Vier maanden na het verschijnen van het rapport "Omstreden herinneringen" maakte minister Hoogervorst zijn antwoord bekend: er moet een bijsluiter komen voor psychotherapie. Een bijsluiter die cliënten ervoor waarschuwt dat psychotherapie het risico van fictieve herinneringen in zich draagt. Zal dit helpen? Ik geloof het niet. Als ik hoofdpijn heb neem ik ook gewoon een pijnstiller zonder mij druk te maken over de zuurbranden en maagdarmbloedingen die ik daarvan kan krijgen. Op de hoogte zijn van de kans op fictieve herinneringen is geen garantie om ze niet te krijgen. Maaike heeft in haar twijfelperiodes veel gelezen over fictieve herinneringen, het voorkwam niet dat ze er nog meer kreeg. Ook ik was erop bedacht mij niets aan te laten praten.
Fragment uit Vaag verleden:
Doordat Dineke mijn gevoel van onveiligheid heeft gekoppeld aan de leeftijd van twee à drie jaar vraag ik mij opnieuw af of ik toen al misbruikt ben. Mijn vorige therapeute was ervan overtuigd, terwijl ik bleef twijfelen. Ik heb tijdens die therapie mijn vader een brief geschreven en gevraagd of het waar kon zijn wat er in mijn dromen en tijdens hypnosesessies naar boven kwam. Hij ontkende. Mijn therapeute bleef overtuigd, want daders ontkennen altijd, maar ik wist het nog steeds niet. Later hoorde ik via mijn zus dat mijn vader een mapje met knipsels over het 'False Memory Syndrome' bewaarde. Het is daarom heel belangrijk dat ik geen valse herinneringen krijg en me niets laat aanpraten.
Belangrijker dan cliënten te waarschuwen is het goede voorlichting te geven aan therapeuten. Het rapport van de Gezondheidsraad is een stap in de goede richting. Minister Hoogervorst volgt de aanbevelingen die erin worden gedaan: er moeten richtlijnen geformuleerd worden door de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de verschillende beroepsverenigingen voor therapeuten. Ook moet er in opleidingen aandacht worden besteed aan de mogelijke gevaren van bepaalde therapiemethoden.
Met mijn boek Vaag verleden hoop ik bij te kunnen dragen aan meer inzicht in dit serieuze en omstreden probleem. Tot nog toe bestonden er slechts twee Nederlandstalige boeken over het onderwerp fictieve herinneringen, waarvan één een vertaling en beide met enkel voorbeelden uit de Amerikaanse praktijk. Wij Nederlanders denken al gauw dat we te nuchter zijn om ons wat op de mouw te laten spelden, wij hoeven niet bang te zijn voor deze 'Amerikaanse toestanden'. Maar ook in Nederland lopen mensen rond met herinneringen aan misbruiksituaties die nooit hebben plaatsgevonden. Maaike en ik zijn slechts twee voorbeelden, de echte omvang van deze groep is echter moeilijk vast te stellen. Het punt is dat wie eenmaal is gaan geloven in een hervonden traumatisch verleden daar meestal niet op terugkomt en de herinneringen nooit fictief zal noemen. De 'herinneringen' worden de nieuwe realiteit waarmee verder wordt geleefd. Maar zelfs als iemand na jaren therapie dit verleden heeft 'verwerkt' en zegt te zijn geheeld, is het in mijn ogen nog steeds een beschadigd leven. Een verwerkt fictief verleden blijft een fictief verleden, met daaraan verbonden valse beschuldigingen, verbroken familierelaties en altijd met pijn terugkijken naar je kindertijd. Er wordt teveel onnodig leed geleden als gevolg van fictieve herinneringen.