Belgen hypergevoelig bij zedenzaken
Een beschuldiging van seksueel misbruik is in België, sinds de affaire-Dutroux, al snel voldoende voor een proces
Caroline de Gruyter, NRC Handelsblad 20 oktober 2002
DENDERWINDEKE - Didier durfde zelfs geen foto's van de kinderen mee te nemen toen hij drie maanden geleden schielijk het echtelijk huis verliet. Deze Waalse zakenman, die onder geen beding met zijn echte naam in de krant wil, ligt in scheiding. "Op een dag riep mijn vrouw: 'Als je niet snel opdondert, doe ik aangifte dat je je dochter seksueel hebt misbruikt.' Ik viel van mijn stoel. Ze wéét dat het niet waar is. Toch ben ik meteen vertrokken. Zo'n dreigement kun je in België maar beter serieus nemen."
Didier is niet de enige Belg die niet meer in de buurt van zijn kinderen komt uit angst dat hij van seksueel misbruik wordt beschuldigd. Tientallen die dat niet deden, kregen wél een proces aan hun broek van hun echtgenotes. Voordat de affaire-Dutroux in 1996 aan het rollen kwam, hoefde je in zo'n geval niet voor de rechter te verschijnen als er onvoldoende aanwijzingen waren van schuld. Tegenwoordig gaan alle zaken, hoe wankel ook, naar de rechtbank.
"Rechters nemen vaak het risico niet meer dat iemand die zij buiten vervolging stellen omdat er niet genoeg aanwijzingen van schuld zijn, zich alsnog aan een minderjarige vergrijpt", zegt Jef Vermassen, advocaat in Lede. Marc Dutroux kon immers doorgaan met meisjes verkrachten en vermoorden omdat hij in een eerdere zaak vervroegd was vrijgelaten. Velen zijn het er over eens dat dit komt door laksheid bij politie en justitie. Dat heeft België een nationaal trauma bezorgd waar het land nog altijd niet is van bekomen.
Dezer dagen komen de weerzinwekkende details weer boven, omdat er hoorzittingen plaatsvinden. Maar omdat het echte proces tegen Dutroux pas op z'n vroegst in november 2003 begint, en het kwaad dus nog altijd niet gestraft is, kan het trauma niet bezinken.
Nóg gonst het in België van de verhalen over de kompanen van Dutroux die de dans zijn ontsprongen, en hoge overheidsfunctionarissen die hem de hand boven het hoofd houden. De angsten, de schande en de afschuw die deze affaire bij de Belgen heeft losgemaakt, zijn niet verwerkt. Integendeel, ze liggen rauw aan de oppervlakte.
"Belgen blijven overgevoelig op het vlak van de seksualiteit", zegt advocaat Vermassen. "De goede kant daarvan is dat slachtoffers van seksueel misdrijf nu tenminste durven te praten. Vroeger had men de vrees: ik word toch niet geloofd. Nu zijn er mensen die, na vijftig jaar, beginnen te praten over hun kindertijd! Eindelijk wordt er positief gereageerd op dit soort signalen. Maar de balans slaat óók door naar de andere kant. Een dame die boos is op haar echtgenoot en niet wil dat hij de kinderen nog ziet, dient een fictieve klacht in. Als je ruzie hebt met je buurman, loop je naar de politie met het verhaal dat hij je dochter heeft gepakt. Uit voorzorg bepaalt de rechter vaak dat zo iemand uit de buurt van de kinderen moet blijven tot er een vonnis wordt geveld. Of hij gaat vast de gevangenis in. Het kan jaren duren voor er vrijspraak kan komen. Ik heb cliënten die dat meemaken. Het is afschuwelijk."
Ook de procesgang rond zedendelicten is de laatste jaren veranderd, zeggen advocaten. Sommige rechters draaien de bewijslast om. De normale gang van zaken is dat je moet bewijzen dat iemand schuldig is. Nu moet een beklaagde zien te bewijzen dat hij onschuldig is. Kan hij dat niet dat is hij schuldig.
"Nu dreigt men — zeker in pedofiliezaken — te veroordelen zonder materieel bewijs", schreef een columnist laatst in de Vlaamse Juristenkrant. "Het parlement moet ingrijpen om duidelijk te stellen welk materieel bewijsmateriaal minimaal vereist is".
Advocaat Vermassen zegt dat hij "soms als een detective bezig is te bewijzen dat de verklaring van de klagende partij rammelt". De Brusselse onderzoeksrechter Bruno Bulthé vindt dat Vermassen de Belgische rechtspraak een beetje té arbitrair afschildert. "Wij gaan dikwijls op deskundigen af. We checken de voorgeschiedenis van de beklaagden en de klagende partij. En de beslissing om een verdachte aan te houden wordt na een paar dagen door de Raadkamer getoetst. Tegen dat oordeel kan weer beroep worden aangetekend. Eén op de twee verdachten doet dat". Maar hij geeft toe dat het justitieapparaat, net als alle andere betrokkenen bij zedenzaken anders tegen seksueel misbruik aankijkt dan vóór de affaire-Dutroux. "Dit is een fenomeen dat sociaal gevoelig ligt. Zowel de feiten als de manier waarop justitie ze behandelt, hebben tegenwoordig een voorbeeldfunctie. Als het parket een klacht ontvangt, stuurt het die klacht vaker naar ons toe dan tien jaar geleden".
De Belgische pers speelt daarbij een sturende rol. Kranten spelen op emoties. Toen de ouders van het Brusselse Collège Saint-Pierre een aantal leraren van pedofilie beschuldigden, trokken vrijwel alle media partij voor de ouders. Als er iemand wordt vrijgesproken, lees je de dag erna koppen als: "Seksmaniak op vrije voeten". Vaak staat erbij: "Hij had een goede advocaat". Een man die dat overkwam, kreeg twee dagen van zijn werkgever te horen: "Ik wil in mijn bedrijf geen seksmaniakken". Hij heeft zich opgehangen.
Hoe moeilijk het kan zijn om je onschuld te bewijzen, weet priester Fritz Timmerman uit Denderwindeke als geen ander. In augustus 1996 brak het schandaal rond Dutroux los. Een paar maanden later werd Timmermans beschuldigd van misbruik van kinderen op een schooltje voor geestelijk gehandicapte kinderen in zijn parochiegebouw. De priester had al een tijd ruzie met de schoolleiding over elektriciteits- en waterrekeningen. Die leiding was nu naar de politie gestapt. Timmermans nam ontslag, vanwege het gerechtelijk onderzoek. Dat kwam in de publiciteit, met zijn foto en volledige naam erbij. Later vertelde een speurder hem dat het gerechtelijk onderzoek pas kwam ná die artikelen. "Het hele land stond op zijn kop vanwege Dutroux", zegt Timmermans, een gekwetste, ietwat verwilderde man in een kil huis zonder naambordje, dat door struikgewas aan het zicht wordt onttrokken. "De rechters wilden laten zien: we dóen iets." Alle kinderen van het schooltje, hoe klein ook, werden gehoord. Zo werd ze gevraagd of hij hun had aangeraakt. "Nee, hij gaf een snoepje". "Heeft hij je arm niet gepakt?" "Misschien". "En lager ook?" "Nee". "En je achterwerk ook niet?" Na twee jaar werd Timmermans vrijgesproken - gebrek aan bewijs. Hij was zijn baan kwijt. Hij had moeten verhuizen. Op straat werd hij ook achteraf niet meer gegroet.
Meteen na die vrijspraak, in 1999, raakte Timmermans in een andere zaak betrokken: misbruik van de organiste van een kerk op 27 maart 1997. Volgens hem koos het toen nog minderjarige meisje hem als zondebok voor haar psychische problemen omdat hij toch al van zijn voetstuk gevallen was. Ook deze klacht was, zegt hij, puur verzonnen. Maar de rechtbank oordeelde in mei 2001 anders: schuldig. Timmermans ging in beroep. De zaak dient nu voor het Hof van Cassatie. Het is onmogelijk te weten wie er gelijk heeft. Timmermans verdedigt zich in elk geval op één belangrijk punt: hij had een alibi voor de 27ste maart. De rechter aanvaardde dat, maar zei dat het meisje zo in de war was dat men het met die datum niet zo nauw moest nemen. Het kon ook de 26ste of de 28ste geweest zijn. Of nog een andere dag. Voor die dagen had Timmermans geen alibi. "Hoe kun je", zegt hij bitter, "in vredesnaam je onschuld bewijzen als het onmogelijk wordt gemaakt om een alibi op te bouwen?"
Timmermans maakt deel uit van een 'zelfhulp-groep' van 33 Vlamingen die naar eigen zeggen onterecht zijn beschuldigd van kindermisbruik. Hun voorbeeld is de Nederlandse Werkgroep Fictieve Herinneringen, die in 1994 werd opgericht. Het enige andere lid van die groep die wil praten, is Alain. Deze verpleegkundige werd er door zijn zus van beschuldigd dat hij haar en haar kinderen had verkracht. Later beschuldigde zij ook haar moeder. "Mijn zus is mentaal in de war. Ik vermoed dat die beschuldiging haar door therapeuten is aangepraat. Sommige therapeuten geloven dat mentale stoornissen het gevolg zijn van verdrongen herinneringen, en zadelen hun patiënten op met een verleden dat er nooit geweest is. In landen als Amerika worden ze nu aangepakt, maar in België trekt niemand die therapieën in twijfel. Het slachtoffer heeft altijd gelijk. Bij de politie en het gerecht was er niemand die ons geloofde. Probeer dan je onschuld maar eens te bewijzen. Jaren later gaf ze zélf toe dat ze had gelogen.
De Vlaamse werkgroep lobbiet bij parlement en justitie. Maar, concludeert Alain gelaten, politici branden hun handen liever niet aan dit onderwerp. "Niemand maakt zich populair door nu over valse aanklachten te beginnen."