'De vrouwen die nu aangifte doen, zijn het topje van de ijsberg'
Hoe een therapeut 21 jaar zijn gang kon gaan
Margot Minjon, Opzij November 1999
Het lijkt een unicum: een therapeut die maar liefst 21 jaar lang door steeds andere cliëntes wordt beschuldigd van ernstig seksueel misbruik. Rob van R. (56) uit Uitgeest moet nu, na een eerdere boete in 1988 wegens ontucht, op 14 juni voorkomen voor de rechtbank in Haarlem wegens verkrachting en aanranding. Opzij verdiepte zich in het dossier van een man die zijn patiëntes aan zeer onorthodoxe behandelmethoden blootstelde. 'Als ik hem nu op straat zou tegenkomen, zou ik nog bang voor hem zijn.'
Vijf vrouwen hebben aangifte gedaan van verkrachting en aanranding door Rob van R. en nog eens zes vrouwen hebben een belastende verklaring afgelegd. Geen van hen wilde met Opzij praten omdat de zaak nog moet voorkomen.
In het proces-verbaal, dat Opzij via een andere bron bereikte, staan voorbeelden van dingen die in de spreekkamer en de behandelkamer van Van R. zouden zijn gebeurd. Zo verklaren enkele vrouwen dat hij met zijn vingers aan en in hun vagina en aan hun anus heeft gezeten. Dit heeft hij, volgens de stukken, tijdens het politieverhoor gedeeltelijk toegegeven. Het zou gebeurd zijn in onderling overleg. 'Ik heb de geslachtsdelen wel aangeraakt, maar ik ben niet seksueel binnengedrongen, ook niet in de anus. Ik ben wel in de mond geweest als dat uitkwam in de therapie.' Waarmee is niet duidelijk; hij ontkent tongzoenen. Volgens de verklaringen van enkele vrouwen heeft hij dat wel gedaan. Van R. zegt dat het kan zijn dat hij in de beleving van de cliënte de dader is van het seksueel delict waarvan zij slachtoffer is geweest.
Wat hij ook toegaf, was dat hij cliëntes een rituele afwassing gaf, waarvoor ze zich geheel moesten uitkleden. Het ritueel was prozaïsch: er was een wasbak in de behandelkamer en hij waste hen van top tot teen met een washandje en zeep. Er waren wel eens cliëntes die weigerden eraan mee te werken.
Vanuit therapeutisch oogpunt zou het volgens hem ook nogal eens noodzakelijk zijn dat cliëntes hun slipje uittrokken, anders zou de therapie geen zin hebben.
Tegenover de politie heeft hij ook verklaard dat hij cliëntes in een toestand van verlaagd bewustzijn bracht. Er was daarbij volgens hem geen sprake van hypnose of een trance. Wat er dan wel precies gebeurde, is nog niet duidelijk. Verschillende vrouwen die nu aangifte hebben gedaan of een verklaring hebben afgelegd, zeggen dat hij erin slaagde hen helemaal van zich afhankelijk te maken. Met cadeautjes die hij voor hen uit Indonesië meebracht, door te zeggen dat hij nog nooit zo iemand had ontmoet, dat zij over bijzondere gaven beschikten, dat ze straks zelf therapeut konden worden. Hij zou daar wel bij helpen.
Maar er waren ook andere methoden. Opzij heeft met een aantal vrouwen gesproken die geen aangifte hebben willen of durven doen. Zij vertelden dat hij beweerde dat zij zonder hem en zijn therapie dood zouden gaan, hetgeen zij opvatten als een bedreiging. Hij had het vaak over zijn Indische grootmoeder van wie hij bepaalde krachten zou hebben geërfd. In Indonesië zou hij ook mensen hebben ontmoet die hem krachten gaven. Daardoor zou hij in staat zijn op afstand invloed op mensen uit te oefenen of hen zelfs dood te laten gaan. Een ex-cliënte zegt dat hij haar toevoegde: 'Reken erop: als je bij mij weggaat, kom je in een rolstoel terecht.'
En er was sprake van geweld. Een vrouw zegt dat hij op de vloer op haar ging zitten en haar oraal verkrachtte. 'Ik dacht dat hij me wurgde, ik stikte bijna. Als ik hem nu op straat zou tegenkomen, zou ik nog bang voor hem zijn.' Ze heeft geen aangifte gedaan.
Andere vrouwen hebben last van een loyaliteitsconflict: enerzijds weten ze wel dat het niet klopt wat hij deed, maar anderzijds voelen ze zich nog erg met hem verbonden. Ze zijn verliefd op hem of zien hem toch als de enige met wie ze echt contact hadden. Dat laatste is niet zo vreemd: hij zou cliëntes aangeraden hebben om, teneinde de therapie te doen slagen, het contact met hun familie te verbreken.
Mogelijk was er ook sprake van chantage. Van R. voerde een uitgebreide correspondentie met zijn cliëntes. Vooral in het begin van de therapie, als ze nog enthousiast of onder de indruk waren, vroeg hij hun op te schrijven wat er vroeger met hen was gebeurd en wat ze van hem en zijn therapie vonden. Die brieven bewaarde hij allemaal, zou hij tegen hen gezegd hebben. En dan is er ook nog de schaamte en de ontkenning. 'Als ik moet toegeven dat ik dit allemaal heb toegelaten, ben ik toch gek?' zegt een slachtoffer.
De eerste melding van misbruik door Van R. betreft een geval uit 1977. Hij was toen nog directeur van De Triangel, een instituut voor klinische gezinsbehandeling in Amsterdam. Een groepswerkster deed bij de politie aangifte omdat hij zijn vingers in haar vagina zou hebben gestoken tijdens een massage. Hij zou haar leren masseren, zou hij gezegd hebben.
In 1985 werd voor de rechtbank in Alkmaar tegen Van R. een jaar cel geëist, waarvan een halfjaar voorwaardelijk, wegens verkrachting en aanranding van twee vrouwen die in 1983 in zijn privé-praktijk in Uitgeest in therapie waren. Een van de vrouwen had Van R. verteld dat ze er erg over inzat dat ze geen kinderen kon krijgen. Hij zou er bij haar op aangedrongen hebben met hem naar bed te gaan, zodat ze kon leren zaad te accepteren.
Toen ze dat weigerde, zou hij haar hebben verkracht. Naast de twee aangiftes waren er destijds nog drie verklaringen van andere vrouwen, wie twee medewerksters van De Triangel, over seksueel geweld. Hij werd vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. De rechter oordeelde wel dat hij onzorgvuldig had gehandeld. Bij De Triangel werd hij oneervol ontslagen.
Het CV van Rob van R.
Rob van R. volgde de Academie voor Lichamelijke Opvoeding en deed daarna de sociale academie. In 1972 werd hij directeur van De Triangel, een nieuw en revolutionair instituut voor klinische gezinsbehandeling in Amsterdam. In 1981 studeerde hij af in de pedagogiek. Rond die tijd trad hij af als directeur en werd hij therapeut bij De Triangel. Daarnaast had hij een privé-praktijk voor lichaamsgerichte psychotherapie. In 1986 werd hij bij De Triangel ontslagen. Vanaf die tijd werkte hij voornamelijk in zijn eigen praktijk: het landelijk Centrum voor Integrale Diagnostiek en therapie in Uitgeest.
Bij het hoger beroep waren er nieuwe verklaringen van vrouwen. Van R. kreeg duizend gulden boete; dit vonnis werd in 1988 door de Hoge Raad bevestigd.
Na zijn ontslag bouwde Van R. zijn praktijk in Uitgeest verder uit. Nu er minder toezicht was, kwamen er steeds meer klachten over seksueel misbruik.
Advocate Anja Zonneveld zegt dat ze door de jaren heen zo'n twintig klachten over hem heeft gehad. Geen van deze meldingen heeft tot een aangifte geleid. 'Ze zijn bang voor hem,' zegt ze. 'Bijna alle vrouwen hadden een duidelijke weerstand om over de zaak te praten. '
Het Clara Wichmann Instituut (CWI), wetenschappelijk instituut voor vrouwen en recht, beschikt over een vuistdik dossier over Van R. Geen van de vrouwen die daarin voorkomen, heeft aangifte willen of durven doen, ondanks aandringen van het instituut.
De slachtoffers zijn erg getraumatiseerd, zegt iedereen die contact met hen heeft gehad. In veel gevallen was hun toestand al vrij ernstig op het moment dat ze bij hem aanklopten; ze waren vastgelopen in de reguliere hulpverlening door de complexiteit van hun problematiek. 'Het zou mij niet verbazen als er vrouwen zelfmoord hebben gepleegd,' zegt mr. Trudy Veerman, universitair docent bij de vakgroep encyclopedie der rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam. Ze is bekend met enkele slachtoffers en volgt de zaak-Van R. al jaren.
Bij de gezamenlijke Inspecties voor de Gezondheidszorg zijn door de jaren heen 'tussen vijf en tien' klachten over Rob van R. binnengekomen. 'Hij was een steeds terugkerend geval,' zegt inspecteur B. Hazelzet van de Inspectie Noord-Holland. De inspecties konden er weinig mee omdat Rob van R. buiten het officiële circuit opereerde ,,,Aangifte doen is dan de enige mogelijkheid, maar als het daarop aankwam, trokken de klaagsters zich terug. 'Ze waren heel kwetsbaar,' zegt Hazelzet. 'Om dan actie te ondernemen, is heel moeilijk. We hebben ons uiterste best gedaan hen over te halen.' Op 14 maart 1995, ging er een brief van de Inspectie Zuid-Holland naar Van R. waarin gezegd werd dat hij zich moest onthouden van therapie aan mensen met ernstige psychiatrische problematiek.
Ook bij het Landelijk Meldpunt voor Seksueel Geweld door Hulpverleners zijn klachten over Van R. bekend. Hoeveel dat er zijn, wil woordvoerster Nel na intern overleg beslist niet zeggen. 'Dan zouden wij de privacy van de klaagsters schenden.' Hoe bedoelt u? 'Wij hebben hun beloofd dat wij zonder hun toestemming geen enkele mededeling doen over hun klacht. Dus als wij een aantal zouden willen noemen, zouden wij al die vrouwen moeten bellen om hun te vragen of zij bij dat aantal inbegrepen willen worden. Daar hebben wij de menskracht niet voor en bovendien willen we de vrouwen niet onnodig lastigvallen. Ze zijn al genoeg getraumatiseerd.' Verder wil het meldpunt niet met de pers praten. 'Het exacte aantal is niet van belang. Straks staat er een sensationeel artikel in Opzij over één therapeut die misbruik pleegt. Dan denkt iedereen: die man is gek, maar met de rest van de hulpverlening zal alles wel in orde zijn. Dan blijft het structurele seksuele geweld door hulpverleners wéér onbelicht. '
Ondanks dit gebrek aan medewerking mag aangenomen worden dat het meldpunt beschikt over een aantal klachten over Van R.
Begin vorig jaar meldde zich bij de Inspectie Noord-Holland eindelijk een vrouw die bereid was aangifte te doen. De inspectie nam onmiddellijk contact op met eerdere klaagsters en met het CWI en advocate Gabi van Driem, in de hoop dat andere slachtoffers haar voorbeeld zouden volgen. Dat ging heel moeizaam. 'Je kunt de inspectie wel machtigen voor jou aangifte te doen, maar uiteindelijk komt degene die beschuldigd wordt er via zijn advocaat toch achter wie het was,' zegt B. Hazelzet. Daar schrokken de meeste slachtoffers voor terug.
Dat Van R. nu moet voorkomen voor de meervoudige strafkamer en niet voor een rechtbank met maar één rechter, duidt op de ernst van de zaak. Afgelopen zomer heeft hij ook maar liefst zes weken in voorarrest gezeten, een ongebruikelijk lange periode in een zedenzaak.
Van R. heeft zijn handelwijze zelf toegelicht in een artikel in NRC Handelsblad van 26 oktober 1991: 'Deze slachtoffers moet je als het ware opnieuw verkrachten en aanranden. Ik ben dan de aanrander en als ze niet meer bang zijn voor mij, kun je dat overplanten naar de confrontatie met de dader.' Als de journalist vraagt: 'Hoe ver gaat dat therapeutisch aanranden?' zegt Van R.: 'Heel ver, je pakt ze aan, je haakt ze pootje, je grijpt ze bij de strot.'
Van R. werkte veel met slachtoffers van seksueel geweld. Teneinde hun traumatische ervaringen te kunnen verwerken, moesten ze die herbeleven van hem. Dat hij hen daadwerkelijk verkrachtte of aanrandde heeft hij altijd ontkend, maar verschillende ex-cliëntes beweren het tegendeel.
Achteraf voelen ze zich erg genomen; per sessie moesten ze ook nog eens plusminus negentig gulden betalen, handje contantje. Volgens verschillende vrouwen ging Rob van R. ervan uit dat traumatische ervaringen worden opgeslagen in bindweefsel. Door massage — bij incestslachtoffers vooral rond de genitaliën — zou het probleem weggemasseerd kunnen worden.
Van R. zou bij cliëntes die naar eigen zeggen geen incestverleden hadden, 'herinneringen' aan incest naar boven hebben gehaald. Dat zou soms hardhandig gebeurd zijn. Een ex-cliënte vertelde dat hij plotseling een hand in haar mond duwde en zei: 'Voel de piemel van je vader maar. Dit heeft hij bij jou gedaan.' Ook zou hij haar in de geluiddichte kelder onder zijn huis op de grond hebben gegooid, boven op haar zijn gaan liggen en hebben geroepen: 'Ik verkracht je!'
Er zijn meer vrouwen die beweren dat er nare dingen gebeurden in die kelder. Hij zou sommigen 'om therapeutische redenen' de keel hebben dichtgeknepen tot ze bijna het bewustzijn verloren. De gedachte daarachter was dat ze op een gegeven moment naar adem zouden snakken en zich dan zouden realiseren hoezeer ze nog aan het leven hingen. Maar er was van tevoren geen overleg over, zeggen ze. Geschrokken, benauwd en huilend moesten ze na afloop naar het station. Waarna hij er nooit meer op terugkwam. Een vrouw met minderwaardigheidsgevoelens zegt dat ze naakt door Van R. in een hoek werd gedreven, waarna ze zich moest losworstelen. Ze zou daardoor meer zelfvertrouwen krijgen.
Aan een cliënte zou hij verteld hebben hoe hij een kind behandelde dat zichzelf telkens verwondde. Hij zou dat kind een aantal keren met een mes gesneden hebben om het te laten voelen wat het zichzelf aandeed.
Dr. Ruud Bullens, psycholoog en psychotherapeut, heeft drie mensen behandeld die door de therapie van Van R. zo getraumatiseerd waren geraakt dat ze dringend hulp nodig hadden. Ook een andere therapeute die niet met naam genoemd wil worden, zegt om dezelfde reden ex-cliëntes van Van R. te hebben behandeld.
De grote vraag is natuurlijk hoe dit zolang heeft kunnen doorgaan. In brede kring was toch bekend dat er iets niet deugde in de praktijk van Van R.? Het antwoord is gecompliceerd.
Tien jaar lang was hij als gastdocent verbonden aan de recherche school in Zutphen. Hij gaf les aan aankomende zedenrechercheurs en stond er goed aangeschreven. Volgens de school werd de samenwerking beëindigd in mei 1989, na zijn veroordeling in cassatie. Curieus is dat minister Sorgdrager van Justitie op 11 maart 1997 in een brief schrijft dat er pas vanaf 1993 geen gebruik meer van zijn diensten werd gemaakt. 'Ik acht dit een juiste handelwijze.'
Dat hij voor een politieschool werkte, maakte het extra moeilijk voor vrouwen om aangifte te doen. Hij wees hen erop dat hij goed aangeschreven stond bij de politie en dat ze daarom meer geneigd zouden zijn hém te geloven. Daar komt bij dat sommige incestslachtoffers bij Van R. waren terechtgekomen omdat de zedenpolitie hen naar zijn praktijk had doorverwezen.
Tot zijn veroordeling in 1988 trad Van R. regelmatig op als getuige-deskundige bij incestzaken. Dat hield even op, maar in mei 1991 was Van R. bij de Bredase rechtbank opnieuw getuige-deskundige, in een zaak tegen een incestdader. Deze werd veroordeeld tot 240 uur dienstverlening met als voorwaarde: therapie bij Van R.
Het Clara Wichmann Instituut vroeg minister Hirsch Ballin van Justitie hoe dit mogelijk was, gezien het feit dat Van R. zelf wegens ontucht veroordeeld was. Hij antwoordde dat de officier van justitie niet op de hoogte was geweest van het verleden van Van R. Ook in 1991 verzocht het CWI Hirsch Ballin en de Vaste Kamercommissie voor Justitie een kritisch onderzoek in te stellen naar de behandelmethoden van Van R. De minister antwoordde dat toezicht niet mogelijk was omdat hij buiten de erkende instellingen om werkte. 'We hebben een paar keer vergaderd met een aantal advocaten om te kijken wat we konden doen, want de klachten over Van R. stapelden zich op,' zegt Gerdie Ketelaars van het CWI. 'Maar de conclusie was telkens: zolang vrouwen geen aangifte willen of durven dóen, kun je weinig ondernemen.'
Rob van R. schreef een boek over zijn methode, Het verhullend lichaam (1991). Op de achterflap werd trots vermeld dat hij soms voor de Raad voor de Kinderbescherming als adviseur optrad. Toen minister Sorgdrager een paar jaar geleden gevraagd werd hoe het mogelijk was dat een man die veroordeeld wegens ontucht voor de Raad voor de Kinderbescherming kan werken als adviseur, liet ze weten dat de richtlijnen inmiddels, in maart 1996, waren verscherpt.
Van R. vergrootte zijn geloofwaardigheid ook door artikelen in het Maandblad geestelijke volksgezondheid. Arend Jan Heerma van Voss, ex-eindredacteur van het blad en nu hoofdredacteur van VPRO-radio, leerde hem begin jaren tachtig kennen als auteur en werd in 1985 bestuurslid van De Triangel. 'Ik vond Van R. in die tijd een aardige man, enthousiast en bevlogen en met goede intenties. Hij had wel een godsgruwelijke hekel aan welke grenzen dan ook. Dat had aanvankelijk een leuke, creatieve kant, maar het kan ook een heel slechte kant hebben gekregen. In de tijd van zijn veroordeling was ik hem al uit het oog verloren. Als hij gedaan heeft wat deze vrouwen nu zeggen, is dat heel treurig.'
Dat er in 1984 aangiften tegen Van R. waren, wist Heerma van Voss destijds wel, maar hij vond het aan de rechter om daarover te oordelen.
Ook in andere media profileerde Van R. zich als serieuze therapeut en deskundige. Zo werd in 1992 op de televisie in Document van de NCRV een positief beeld geschetst van zijn werk. Het leverde hem veel cliënten op. In een artikel in De Telegraaf van 26 maart 1994 wordt hij omschreven als 'ooit omstreden, maar inmiddels alom gerespecteerd behandelaar van slachtoffers van seksueel geweld'. Op 6 mei 1995 verklaarde hij als deskundige in een forum op RTL5 over Yolanda uit Epe dat grootschalig misbruik heel goed mogelijk is. Op de Britse televisie werd begin jaren negentig een documentaire over het werk van Van R. met incestdaders vertoond.
Al heel lang, in ieder geval al voor 1989, was Van R. lid van een kleine beroepsvereniging, het NVPA (Nederlands Verbond van Psychologen, Psychotherapeuten en Agogen). Hij schermde daar altijd mee: 'erkend door het NVPA'. De vereniging hoorde pas eind vorig jaar over mogelijk seksueel misbruik door Van R. Toen hem om opheldering werd gevraagd, zegde hij zijn lidmaatschap op.
Heel belangrijk voor Van R. waren de vooraanstaande vrienden die hem steunden. Een van hen was wijlen professor J. Bastiaans, aan wie hij zijn boek Het verhullend lichaam opdroeg. Als er problemen waren met cliëntes, zei Van R. volgens hen wel eens dat hij professor Bastiaans had geconsulteerd en dat die het met hem eens was. Hetgeen voor de cliënte nauwelijks te controleren was.
Arend Koers, kinderarts en een van de eerste vertrouwensartsen, kent Rob van R. al sinds 1972 en is nog steeds zeer over hem te spreken. 'Hij was altijd wel heel gemakkelijk met aanraken, en in zijn enthousiasme was hij daar soms sneller mee dan zijn cliëntes al aankonden. Daar heb ik hem wel eens voor gewaarschuwd. Maar ik steek er mijn hand voor in het vuur dat wat hij deed, niet op zijn eigen seksuele bevrediging gericht was. Hij is heel integer.'
Maar die vrouwen hebben toch niet voor niets aangifte gedaan? 'Ik zou hen wel willen spreken. Want er kan een verschil zijn tussen wat de therapeut bedoelde en wat de cliënt ervaren heeft. Er kan sprake zijn van projectie. Het is jammer dat de rechter waarschijnlijk niet zal ingaan op de therapeutisch-inhoudelijke kant van de zaak.' Verreweg de bekendste medestander van Van R. is nog steeds prof. Jaap Doek, hoogleraar jeugd- en familierecht aan de Vrije Universiteit en recentelijk gekozen in het VN-comité voor de Rechten van het Kind. Ze zijn al heel lang bevriend. Doek zou jarenlang allerlei instanties hebben aangeraden om probleemgevallen door te sturen naar Van R.
Jaap Doek noemt Rob van R, 'een aardige, goede man'. Door de jaren heen heeft hij regelmatig gehoord over seksueel misbruik door Van R. 'Maar dat heb ik nooit een reden gevonden mij van hem te distantiëren.' Ook niet nu er aangiftes zijn gedaan? 'Welnee, wat een onzin. Rob van R. heeft zo'n 1400 cliënten behandeld en er zijn vijf aangiftes gedaan. Dus wat zegt dat? Ik heb bezwaar tegen dit soort journalistiek. U kijkt alleen naar een paar negatieve dingen. Maar u moet eens aan die andere 1395 vrouwen vragen hoe goed ze zich door hem geholpen voelden. U gaat te werk volgens het principe: waar rook is, is vuur. Maar ik waarschuw u dat je daar weinig aan hebt. Ik heb geen aanleiding aan te nemen dat de hem te laste gelegde dingen op waarheid berusten. Ik neem aan dat hij onschuldig is tot het tegendeel gebleken is.'
Inmiddels verblijft zijn vrouw in Indonesië, waar hij op dit moment een groot huis laat bouwen in het plaatsje Kalibaru op Oost-Java. Of Van R., die de Nederlandse nationaliteit heeft, terugkomt voor zijn proces is niet duidelijk. Er is geen enkele mogelijkheid hem te dwingen terug te keren, want er bestaat geen uitleveringsverdrag tussen Indonesië en Nederland. Is het niet vreemd dat Van R., toen zijn voorlopige hechtenis op 4 september werd geschorst, zijn paspoort terugkreeg hoewel hij tegenover de politie had verklaard dat hij naar Indonesië zou gaan? Waarnemend persrechter mevrouw J. van der Pijl vindt van niet. 'Voordat iemand is veroordeeld, moet je hem zo min mogelijk beperkingen in de persoonlijke levenssfeer opleggen. Anders zou er sprake kunnen zijn van toegevoegd leed.'
Als hij niet bij de rechtszaak aanwezig is, kan hij bij verstek veroordeeld worden. Zijn straf moet hij dan uitzitten als hij zou besluiten naar Nederland terug te keren.
Rob van R. wil zelf geen commentaar geven en verwijst naar zijn advocaat, mr. Hugo ter Brake uit Hoorn. Die zegt dat vrouwen die klachten over Van R. hebben, 'liegen dat ze barsten. Ik ken Van R. Hij is helemaal niet in staat tot de dingen waarvan hij nu beschuldigd wordt.'
Maar vanwaar dan toch telkens die aantijgingen? Ter Brake: 'Als je een minder orthodoxe weg bewandelt, en de therapie van Van R. is omstreden, krijg je randverschijnselen: cliëntes die zich onheus bejegend voelen. Ik heb Van R. bij de behandeling van de cassatie al gewaarschuwd dat hij heel kwetsbaar was en daarom videocamera's moest laten meedraaien, met toestemming van de cliëntes. Maar ja, hij is nogal chaotisch, dus dat heeft hij niet gedaan.'
Het Clara Wichmann Instituut reageert verbijsterd. 'Ik ben ervan overtuigd dat de vijf aangiften die er nu zijn, het topje van de ijsberg vormen,' zegt Gerdie Ketelaars. 'We hebben door de jaren heen zoveel vrouwen aan de lijn gehad. Ik hoop dat er een discussie op gang komt over hoe dit soort dingen te voorkomen is. Hele families zijn door die man kapotgemaakt.'
De ex-cliëntes wilden niet met hun naam genoemd worden
Wat is er tegen misbruik door therapeuten te doen?
Op 1 december 1991 is artikel 249 van het Wetboek van Strafrecht gewijzigd. Degene die, werkzaam in de gezondheidszorg of maatschappelijke zorg, ontucht pleegt met iemand die zich als hulpvrager aan zijn zorg of hulp heeft toevertrouwd, is nu ook strafbaar, zelfs als de hulpvrager toestemming voor de ontucht heeft gegeven. Er staat maximaal zes jaar gevangenisstraf op. Dit geldt ook voor alternatieve genezers en niet-geregistreerde therapeuten.
In het Burgerlijk Wetboek staat bovendien dat als een hulpverlener seksueel contact heeft met een hulpvrager, de hulpverlener kan worden veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding.
Het probleem is echter dat seksueel contact moeilijk te bewijzen is. Tegenover de cliënte staat de therapeut, die zegt: dat is verzonnen, mevrouw is in de war. En er zijn meestal geen getuigen. Op 1 december 1997 is de Wet BIG (Beroepen Individuele Gezondheidszorg) in werking getreden. In de loop van 1998 is hij van kracht geworden voor psychotherapeuten. Als die niet erkend zijn en niet in het BIG-register voorkomen, mogen ze zich niet langer psychotherapeut noemen. Er staat een geldboete op van maximaal 5000 gulden of drie maanden cel.
Mensen die hun heil willen zoeken bij een niet-geregistreerde therapeut kunnen naar de rechter stappen als hij of zij schade heeft aangericht. Maar helaas is geestelijk schade bij de rechter heel moeilijk aan te tonen.
Kanttekeningen bij vonnis therapeut Rob van R.
Therapeut Rob van R. is wegens ontucht veroordeeld tot acht maanden cel met aftrek van voorarrest. Ook mag hij gedurende vijf jaar geen praktijk uitoefenen. Elsbeth Boor van het Clara Wichmann Instituut heeft ernstige kanttekeningen bij het vonnis.
De meervoudige strafkamer van de rechtbank in Haarlem heeft therapeut Rob van R. vrijgesproken van vier van de zes ten laste gelegde feiten. Vier vrouwen hadden tegen hem getuigd. De rechtbankpresident zei dat Van R. gedurende een lange periode ontucht heeft gepleegd met twee vrouwen, waarbij hij misbruik heeft gemaakt van het vertrouwen dat zij in hem als hulpverlener hadden gesteld. Hij heeft geprofiteerd van hun gevoelens van onmacht.
Hij werd vrijgesproken van ontucht met en verkrachting van twee andere vrouwen. Een van hen had ten tijde van haar behandeling bij Van R. een keer een halfuur met een psychiater gesproken. Deze had een brief naar haar huisarts gestuurd, die deze zonder haar medeweten aan Van R. (die geen arts of geregistreerd psychotherapeut is) had doorgespeeld. De advocaat van Van R. las er tot haar ontzetting tijdens het proces in een volle zaal uit voor. Volgens de psychiater was ze nogal in de war geweest. De rechtbank heeft op grond hiervan geoordeeld dat haar getuigenis niet geloofwaardig was. De andere vrouw had aangifte gedaan van verkrachting en ontucht gedurende een bepaalde periode. Volgens de administratie van Van R. was zij wel patiënt bij hem geweest, maar pas na de periode die zij noemde. De rechtbank achtte de feiten daarom onvoldoende bewezen.
Van R. noch zijn advocaat was bij de uitspraak aanwezig. Van R. had tijdens de laatste zittingsdag gezegd dat hij naar Indonesië wilde. Hij heeft zijn paspoort mogen houden. In een commentaar zei de rechtbank dat het gebruikelijk is om verdachten die na de uitspraak niet onmiddellijk in bewaring worden gesteld, hun paspoort te laten houden. De advocaat van Van R. is in hoger beroep gegaan. Hij wilde niet zeggen waar Van R. zich bevindt.
De rechtbank heeft zich niet ontvankelijk verklaard wat betreft schadevergoedingen die ex-cliënten eisten. Zij moeten nu een civiele procedure aanspannen. Er is ook een instituut dat een forse schadevergoeding eist. In afwachting van deze procedures is gedeeltelijk beslag gelegd op het huis van Van R., dat te koop stond. Elsbeth Boor van het Clara Wichmann Instituut heeft ernstige kanttekeningen bij het vonnis. 'Ik vind het schandalig dat zijn advocaat het medisch beroepsgeheim heeft geschonden en dat de rechtbank op grond daarvan tot vrijspraak van ontucht met en verkrachting van die bewuste vrouw heeft besloten. Bij die andere vrouw is de rechtbank afgegaan op de administratie van Van R. Maar die rammelde aan alle kanten. Het betekent in de praktijk dat een therapeut die patiëntes misbruikt, ermee wegkomt als hij maar zorgt dat de data in zijn administratie niet kloppen.' Om seksueel misbruik door alternatieve therapeuten in de toekomst te voorkomen, pleit Elsbeth Boor ervoor dat de Inspectie voor de Volksgezondheid de mogelijkheid krijgt om praktijken waarover veel klachten komen, tijdelijk te sluiten tot de zaak is uitgezocht.